ICT in de zorg: wat zijn de effecten van het Wetsvoorstel elektronische gegevensuitwisseling?

Met het wetsvoorstel ‘Elektronische gegevensuitwisseling in de zorg’ wil het ministerie van VWS een digitaliseringsslag in de zorg maken. De wet verplicht zorgaanbieders om gegevens op een gestandaardiseerde en elektronische manier onderling uit te wisselen. Hierdoor kunnen zorgaanbieders de juiste zorg op de juiste plek en op het juiste moment verlenen.

Op dit moment wisselen zorgverleners soms zorggegevens met elkaar uit via papieren dossiers, fax of cd-roms. Daarnaast zijn de gegevensuitwisselingen niet gestandaardiseerd of sluiten de standaarden niet op elkaar aan. Dit bemoeilijkt de communicatie tussen zorgaanbieders en zorgt voor onduidelijkheid. De huidige werkwijze kan ertoe leiden dat gegevens niet goed doorkomen bij andere zorgprofessionals of dat foutieve gegevens worden geregistreerd. Een verkeerde diagnose of een niet passende behandeling kan dan het gevolg zijn. Ook kan de huidige werkwijze ervoor zorgen dat cliënten hun verhaal steeds moeten herhalen bij verschillende zorgaanbieders.

Het wetsvoorstel

Het wetsvoorstel heeft als doel elektronische gegevensuitwisseling tussen zorgverleners te realiseren. Er zullen circa 87.100 zorgaanbieders (waarvan 99% mkb), 250 ICT-leveranciers en enkele tientallen certificerende instellingen te maken krijgen met het wetsvoorstel.

Het ministerie werkt stapsgewijs, via twee beleidssporen, naar het doel van elektronische gegevensuitwisseling toe. Beleidsspoor 1 verplicht dat bepaalde gegevens elektronisch uitgewisseld worden. Dit bereidt het zorgveld alvast voor op de standaardisatie in beleidsspoor 2, waarbij de gegevens verplicht gestandaardiseerd en volgens vastgestelde eisen worden uitgewisseld.

Het wetsvoorstel is een kaderwet waarin de hoofdlijnen voor digitale gegevensuitwisseling staan. De concrete eisen worden per type gegevensuitwisseling in een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) vastgelegd en zullen na een overgangstermijn in werking treden. Voor alle eisen die aan gegevensuitwisseling worden gesteld, is het nodig dat deze op voldoende draagvlak berusten in het veld. Ook is belangrijk dat sprake is van een toegevoegde waarde voor de zorg, dat de baten hoger zijn dan de lasten en dat de regels praktisch uitvoerbaar zijn. Om inzicht te krijgen in de maatschappelijke kosten en baten en de gevolgen voor implementatie zal daarom per AMvB een Maatschappelijke Kosten Baten Analyse (MKBA) worden uitgevoerd.

Daarna worden in beleidsspoor 2 de (taal- en technische) eisen vastgesteld via een stelsel van certificering en NEN-normen. ICT-leveranciers zullen ervoor moeten zorgen dat hun producten en diensten aan de eisen voldoen en moeten dit aantonen met behaalde certificaten. Zorgaanbieders mogen op hun beurt alleen gecertificeerde ICT-producten en -diensten afnemen voor deze gegevensuitwisselingen.

De bedrijfseffecten

Sira Consulting heeft een bedrijfseffectentoets uitgevoerd om de gevolgen van de kaderwet voor bedrijven, inclusief het mkb, in kaart te brengen. Omdat op dit moment nog niet duidelijk is wat de precieze eisen zullen zijn, heeft Sira Consulting een inschatting gemaakt van de mogelijke effecten voor zorgaanbieders, ICT-leveranciers en certificerende instellingen.

Het belangrijkste effect op de zorgaanbieders is dat elke zorgverlener moet gaan werken met gecertificeerde systemen. De lasten zullen sterk afhankelijk zijn van de mate waarin een organisatie nu al elektronisch gegevens uitwisselt. Bij een eventuele overstap naar een ander ICT-systeem zijn de gevolgen groter vanwege een implementatietraject. Tegelijkertijd zullen zorgaanbieders ook baat hebben bij digitale gegevensuitwisseling, omdat informatie niet meer verschillende keren ingevuld hoeft te worden, waardoor de administratieve lasten mogelijk verminderen.

ICT-leveranciers zullen een certificatietraject doorlopen en zullen ervoor moeten zorgen dat hun ICT-producten en diensten inhoudelijk aansluiten op de NEN-normen. Hiervoor zullen zij naar verwachting nieuwe functionaliteiten ontwikkelen en medewerkers moeten opleiden. Het zal voor grote bedrijven naar verwachting makkelijker zijn om te voldoen aan de eisen dan voor kleine bedrijven. ICT-leveranciers zullen de kosten die zij maken doorberekenen aan hun klanten.

Certificerende instellingen zullen medewerkers moeten opleiden die audits kunnen uitvoeren. Ook certificerende instellingen zullen de kosten doorberekenen aan hun klanten.

Verder wijst de bedrijfseffectentoets erop dat het gebruik van open standaarden innovatie kan stimuleren, zolang dit aansluit op andere regelgeving en standaarden. Vanwege de hoge investeringskosten kan het wetsvoorstel een nadelig markteffect voor kleine ICT-leveranciers hebben, al bieden de open standaarden ook mogelijkheden voor toetreding op de markt. In de verdere uitwerking van de NEN-normen is het daarom belangrijk om ook mkb-bedrijven te betrekken.

Actuele status

Op dit moment laat het ministerie van VWS onderzoek doen naar de maatschappelijke kosten en baten van enkele gegevensuitwisselingen. Inmiddels is een verkennende MKBA uitgevoerd naar digitaal receptenverkeer. In vervolgonderzoek wordt nu gekeken wat de maatschappelijke kosten en baten zijn voor medicatieoverdracht. Afhankelijk van de uitkomsten van de MKBA wordt besloten hoe de elektronische gegevensuitwisseling verder vervolg krijgt.

Meer weten over Bedrijfseffectentoetsen of MKBA’s?

Sira Consulting heeft veel ervaring met het uitvoeren van bedrijfseffectentoetsen (BET) en maatschappelijke kosten- en batenanalyses (MKBA). Zo deden wij bijvoorbeeld onderzoek naar de maatschappelijke kosten en baten van het programma ‘Naar Betrouwbare Persoonsgegevens‘ (zie ook het nieuwsartikel in de speciale krant van het project) en voerden wij een onderzoek uit naar nut, noodzaak, kosten en baten van een register voor onzelfstandige wooneenheden.

Wilt u meer informatie over dit onderwerp of wilt u een Bedrijfseffectentoets of MKBA laten uitvoeren voor uw beleid? Neem dan contact met op met Patrick van der Poll of Lize Kooijman.

Wisseling van de wacht

Afgelopen vrijdag heeft onze collega Annemieke Veen afscheid genomen van Sira Consulting en gaat zij genieten van haar welverdiende pensioen. We kijken met trots terug op haar bijdrage als officemanager bij Sira Consulting voor een periode van ruim 13 jaar. Annemieke had in het bijzonder aandacht voor het wel en wee van alle collega’s en regelde haar werk tot in de puntjes. Annemieke heeft ons altijd goed geholpen met onder andere de projectadministratie, de boekhouding en het organiseren van bijeenkomsten. We bedanken Annemieke voor al haar geleverde inspanningen en we wensen haar een mooie nieuwe periode toe met haar familie in volle gezondheid.
Inmiddels is de functie van Annemieke overgedragen aan Barbara van den Berg. Barbara begint al aardig haar draai te vinden bij Sira Consulting, heeft er zin in en haar ruime en brede ervaring op het gebied van officemanagement en marketingcommunicatie komt ons goed van pas. Wilma Di Giorno en Barbara vormen samen het officemanagement en zorgen ervoor dat het officemanagement en projectadministratie als een geoliede machine loopt. Graag heten we Barbara van harte welkom en wensen haar veel werkplezier.

Innovatieve marktinitiatieven maken bedrijfsdaken kosteloos asbestvrij

Vandaag lanceert Univé het nieuwe energieconcept Duurzame Zekerheid, waarmee de coöperatie in samenwerking met diverse partners bedrijfsdaken asbestvrij maakt en voorziet van zonnepanelen. De duurzame energie die het dak opwekt, levert het vervolgens aan particuliere leden in de streek. De komende periode verwacht Univé 50 boerderijen, bedrijfspanden, sportcomplexen en ander zakelijk vastgoed in een aantal regio’s asbestvrij te maken en een eerste 2.500 huishoudens van duurzame, regionaal opgewekte energie te gaan voorzien.

Dit innovatieve marktinitiatief van Univé is een van de alternatieve financiële instrumenten die er zijn om de vrijwillige sanering van asbestdaken door zakelijke eigenaren te blijven stimuleren. In het rapport ‘Verkenning asbestdakenfonds voor bedrijven’ (Sira Consulting, juni 2020) staan nog andere alternatieven. Naar aanleiding van dit rapport heeft de Staatsecretaris van Infrastructuur en Waterstaat van Veldhoven – Van der Meer de Tweede Kamer geïnformeerd dat zij – samen met de partners die de vrijwillige sanering van asbestdaken door zakelijke eigenaren ook willen stimuleren – een goed onderbouwde afweging van deze alternatieven gaat maken, waarbij ook zal worden gelet op de snelheid waarmee een instrument operationeel te krijgen is.

In ons rapport bevestigen wij dat geredeneerd vanuit de maatschappelijke opgave en het geconstateerde marktfalen, een financieel instrument nodig is om te stimuleren dat de asbestdaken bij (agrarische) bedrijven worden gesaneerd. Naast het marktinitiatief van Univé kan het daarbij ook gaan om een borgstellingskrediet, een transitiefonds of regelingen door het Rijk en provincies om de sanerings-/vervangingsopgave voor zakelijke eigenaren van asbestdaken te helpen financieren. Uit overleg met koploperprovincies en -gemeenten blijkt dat de conclusie dat het anders moet, en dat er alternatieven voor handen zijn, volledig wordt onderschreven.

Kosten voor handhaving energielabel-C-verplichting voor kantoren opnieuw onderzocht

Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) voert per 1 januari 2023 een energielabel-C-verplichting in voor kantoren. Sira Consulting onderzocht opnieuw wat de lasten zijn voor gemeenten en omgevingsdiensten om de verplichting te handhaven.

In 2017 onderzocht Sira Consulting ook wat de handhavingslasten voor gemeenten en omgevingsdiensten zijn als zij de nieuwe taken gaan uitvoeren. Nieuw onderzoek was echter nodig omdat enkele zaken sindsdien zijn gewijzigd. Er is bijvoorbeeld een andere, actuelere bron beschikbaar voor het bepalen van het aantal kantoren in Nederland. Ook is de bepalingsmethode voor het vaststellen van energielabels gewijzigd.

Uit de actualisatie blijkt dat er, afhankelijk van de gekozen definitie ‘pand’ of ‘verblijfsobject’ en van het wel of niet meerekenen van kantoren waarvan het niet helemaal duidelijk is of deze label-C-plichtig zijn, tussen de 39.000 en 76.000 kantoren zijn die in 2023 onder de energielabel-C-verplichting vallen. Een deel van deze kantoren heeft momenteel al een label A, B of C, zal dit op korte termijn hebben of voldoet als gevolg van de nieuwe inijking van de energielabels. De overige kantoren, dit zijn circa 26.800 tot 28.000 kantoren, zullen in 2023 niet beschikken over een energielabel C of beter. Gemeenten of omgevingsdiensten zullen bij deze kantooreigenaren maatregelen moeten nemen om te handhaven. Het bevoegd gezag kan verschillende interventies inzetten met als doel eigenaren te stimuleren het kantoorpand aan te passen, zodat het kantoor voldoende energiezuinig wordt. Interventies zijn bijvoorbeeld het informeren en voorlichten van eigenaren over de maatregelen of het aanschrijven van eigenaren die mogelijk niet voldoen aan de energielabel-C-verplichting. De verwachting is dat de interventies zodanig effectief zijn dat uiteindelijk minder dan 5% van de kantooreigenaren een dwangsom krijgt opgelegd.

In totaal zullen de kosten voor de uitvoering van de handhaving tussen de € 13,1 en de € 15,8 miljoen bedragen. De meeste kosten zullen één tot drie jaar na de inwerkingtreding optreden. Uit de berekening blijkt dat als de uitvoering van de handhaving door omgevingsdiensten wordt gedaan de kosten lager zullen zijn dan als gemeenten deze taken uitvoeren.

Wilt u meer weten over de kosten van de handhaving van de label-C-plicht? Ga dan naar het rapport op de website van de Rijksoverheid.

Nieuwe collega: Eline de Koning

In dit bijzondere coronatijdperk is Eline de Koning de uitdaging aangegaan en bij Sira Consulting aan de slag gegaan als junior adviseur. Wij stellen Eline graag voor.  

Eline heeft zowel de bachelor als master International Development Studies met een specialisatie in politiekbestuur en conflictstudies aan de Wageningen University afgerond. Ze hield zich altijd bezig met vragen als ‘wat is de huidige situatie’, ‘hoe zijn we hier gekomen’ en ‘welke lessen kunnen we trekken om verder te ontwikkelen’. Deze vragen paste ze tijdens haar studie toe op diverse maatschappelijke onderwerpen. Een goed voorbeeld is haar onderzoek in Brazilië naar de veerkracht van maatschappij, politiek en natuur in tijden van droogte.   

Tijdens haar stage bij de Nationaal Coördinator Internationale Functies (NCIF) van het ministerie van Buitenlandse Zaken ontdekte Eline haar interesse voor de publieke sector De verscheidenheid aan onderwerpen en de afweging van belangen in nationale en internationale context, zorgen voor bijzondere uitdagingen. Dit vond ze ook terug in de projecten van Sira Consulting.  

Inmiddels werkt Eline aan verschillende projecten. Zo ontwikkelt ze momenteel een nieuwe RI&E-tool in opdracht van de Coalitie Winkelambacht en onderzoekt ze de toegevoegde waarde van e-facturering in een maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA)Kortom, Eline maakte een vliegende start vanuit huis, ze is namelijk vanwege de Coronacrisis bijna niet op kantoor geweest. 

Eline woont vlakbij Wageningenhoudt van sporten, maakt graag (verre) reizen en fotografeert in haar vrije tijd. We zijn heel blij met haar positieve energie en wensen haar heel veel succes! 

Ex ante evaluatie asbestdakenfonds voor bedrijven aangeboden aan de Tweede Kamer

Op verzoek van het ministerie van IenW heeft Sira Consulting een ex ante evaluatie uitgevoerd naar een publiek-privaat asbestdakenfonds voor bedrijven. Geconcludeerd wordt dat er significante risico’s zijn met betrekking tot de doeltreffendheid en doelmatigheid van zo’n fonds. Staatssecretaris van IenW Van Veldhoven-van der Meer is blij met de duidelijkheid die de evaluatie heeft geboden en gaat alternatieve opties afwegen. Uit overleg met koploperprovincies en -gemeenten blijkt dat de conclusie dat het anders moet, volledig wordt onderschreven.
Door het vervallen van het asbestdakenverbod kan nu niet met voldoende zekerheid worden uitgegaan van de benodigde omvang van het zakelijke fonds ter waarde van € 300 miljoen en het daarmee samenhangende aantal te verstrekken leningen van circa 1.000 per jaar. Voldoende deelname door provincies en/of gemeenten is ook een kritische factor. De businesscase was gebaseerd op deelname door alle provincies, maar dit lijkt niet reëel op korte termijn en er moet zelfs rekening mee worden gehouden dat het uiteindelijke aantal beperkt zal zijn. De hoge beheerskosten van het zakelijke fonds leiden door genoemde onzekerheden tot relatief grote financiële risico’s omdat de kosten per lening daardoor onevenredig hoog kunnen worden.

De evaluatie bevestigt dat geredeneerd vanuit de maatschappelijke opgave en het geconstateerde marktfalen, een financieel instrument nodig is om te stimuleren dat de asbestdaken bij (agrarische) bedrijven worden gesaneerd. In het rapport worden daartoe verschillende interessante beleidsopties aangedragen die richting geven aan het vervolg. Omdat het belangrijk is dat de partners van de samenwerkingsverklaring en de zakelijke eigenaren van asbestdaken op redelijke termijn perspectief wordt geboden, is de staatssecretaris voornemens om nog dit najaar meer duidelijkheid te bieden over de verschillende beleidsopties.

Nieuwe en gewijzigde wetten en regels per 1 juli 2020

Per 1 juli 2020 treden nieuwe en gewijzigde wetten en regels in werking. Hieronder hebben we enkele wijzigingen geselecteerd voor een nadere toelichting vanwege de directe gevolgen van deze wijzigingen voor een grote groep ondernemers en de concrete merkbaarheid ervan voor zowel ondernemers als hun klanten. Meer nieuwe en gewijzigde wet- en regelgeving voor ondernemers per 1 juli 2020 is te vinden via Ondernemersplein.

Aanvullend geboorteverlof

Werknemers mogen tot vijf weken aanvullend geboorteverlof opnemen wanneer hun partner een kind heeft gekregen. De werkgever vraagt bij het UWV een uitkering aan, die 70% van het dagloon tot maximaal 70% van het maximumdagloon bedraagt. De werkgever mag zelf beslissen over het aanvullen van de uitkering tot het normale loon.

De werknemer moet de verlofweken opnemen binnen zes maanden na de bevalling en moet dit vier weken van tevoren per brief of e-mail laten weten aan de werkgever. Daarnaast moet de werknemer eerst de standaardweek geboorteverlof opnemen.

Uitstalverbod tabakswaren in supermarkt

Supermarkten moeten tabakswaren volledig aan het zicht onttrekken. Dit betekent dat ook de kleuren en contouren van de producten niet meer te zien mogen zijn. Verder mogen de kasten en laden waarin de tabakswaren worden opgeborgen niet voor andere doeleinden worden gebruikt en gelden eisen aan het uiterlijk van deze opbergmiddelen. De opbergmiddelen moeten bijvoorbeeld sober van kleur en vormgeving zijn en niet opvallen ten opzichte van de rest van de inrichting.

Vanaf 1 januari 2021 gaat het uitstalverbod ook gelden voor andere soorten verkooppunten dan supermarkten, zoals horeca, tankstations, kiosken en drogisterijen. Het verbod geldt niet voor speciaalzaken die voldoen aan een aantal eisen, waaronder registratie bij de NVWA.

Vaste verandermomenten

Voor het in werking treden van wet- en regelgeving hanteert de Rijksoverheid Vaste Verandermomenten (VVM). Voor wetten en algemene maatregelen van bestuur zijn deze vastgesteld op 1 januari en 1 juli. De VVM-systematiek beperkt de nalevingskosten voor bedrijven en instellingen, omdat het minder vaak nodig is dat zij zich aanpassen aan veranderende regelgeving.

Eerste e-Innovatielab Succesvol Subsidies Evalueren

Sira Consulting organiseerde op 28 mei jl. voor experts van de overheid (Rijk, provincies, gemeenten en uitvoeringsorganisaties van Europese fondsen) een online Innovatielab over het succesvol evalueren van subsidies. De kernvraag van dit zogenaamde e-Innovatielab was: hoe kan het evaluatieproces van subsidieregelingen succesvol en soepel verlopen? Het resultaat is een aantal concrete acties voor overheden die helpen om SMART-C beleids- en subsidiedoelen te formuleren en te evalueren. Na de zomer organiseert Sira Consulting een vervolg.

Kennisdeling: initiatieven van het Rijk op het gebied van evalueren

Overheden in Nederland geven steeds meer prioriteit aan het evalueren van beleid, regelgeving en subsidies. Ondanks diverse handreikingen (zoals de handreiking van de Algemene Rekenkamer) lukt het in de praktijk niet altijd om een oordeel te vormen over de doeltreffendheid en doelmatigheid.

Tijdens het e-Innovatielab hebben de evaluatie-experts eerst kennis gedeeld over drie actuele ontwikkelingen bij de Rijksoverheid:

  • ‘Inzicht in Kwaliteit’, een initiatief van het ministerie van Financiën om meer inzicht krijgen in de effecten van beleid om zo de maatschappelijke toegevoegde waarde ervan te vergroten;
  • De pilot ‘Lerend Evalueren’ van het ministerie van VWS waarbij gekeken wordt naar de kwaliteit van evaluaties en de mate waarin deze leiden tot het bijsturen van beleid;
  • ‘De gouden regels voor het effectief en efficiënt verlenen van subsidies’ van het ministerie van SZW, die zijn opgesteld om het leereffect van subsidie-evaluaties te vergroten.

Concrete ideeën om proces van evalueren van subsidies te verbeteren

Vervolgens zijn de evaluatie-experts in gesprek gegaan over enerzijds het proces van evalueren en anderzijds het vergroten van de toegevoegde waarde van de evaluatie.

Dat deden we aan de hand van een belangrijk aandachtsgebied voor evaluatoren: beleids- en subsidiedoelen zijn vaak niet SMART-C en geschikte indicatoren ontbreken. Een SMART-C doel is Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch, Tijdgebonden en Consistent.

Hoe zorg je er nu voor dat de overheid beleids- en subsidiedoelen SMART-C maakt? De eerste ideeën voor concrete acties die uit het e-Innovatielab naar voren kwamen zijn:

  • Sluit aan bij de richtlijnen van de overheid over doeltreffendheid en doelmatigheid;
  • Zorg voor een goede samenwerking tussen beleid en uitvoering;
  • Leg SMART-C werken formeel in het werkproces vast;
  • Creëer draagvlak op zowel bestuurlijk als ambtelijk niveau voor deze werkwijze.

In deze factsheet lichten we deze acties toe.

Aanvullingen of ook meedenken? Neem contact op!

De factsheet is een ontwikkeldocument, bedoeld voor iedereen werkzaam op het gebied van subsidie-evaluaties bij de overheid. Aanvullingen en ideeën zijn welkom.

Wilt u de volgende keer ook meedenken? In de herfst van 2020 organiseert Sira Consulting een vervolg op het e-Innovatielab. Mocht u interesse hebben, stuur ons dan een mail. Dan houden wij u op de hoogte.

Evaluatie ‘Wet tegengaan onredelijk lange betaaltermijnen grote bedrijven’ naar Tweede Kamer gestuurd

Op 8 juni jl. stuurde staatssecretaris Mona Keijzer (EZK), mede namens minister Sander Dekker (Rechtsbescherming), de uitkomsten van de evaluatie van de huidige Wet betaaltermijnen grote bedrijven naar de Tweede Kamer. Het evaluatieonderzoek is uitgevoerd door Sira Consulting in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK).

De wetgeving

Sinds 1 juli 2017 geldt een wettelijke regeling die bepaalt dat grote bedrijven geen contractuele betaaltermijnen van langer dan zestig dagen mogen overeenkomen met midden- en kleinbedrijf (mkb) en met zelfstandige ondernemers als leverancier of dienstverlener. Staatssecretaris Keijzer kondigde vorig jaar een wetswijziging aan om de contractuele betaaltermijnen van grote bedrijven aan mkb te halveren van zestig naar dertig dagen, indien zou blijken dat de gemiddelde betaaltermijn van grote bedrijven aan hun mkb-leveranciers oploopt. Beslissend hierbij waren de cijfers tot en met medio 2019.

De evaluatie

Sira Consulting onderzocht de effecten van de voorgestelde aanscherping voor zowel grote bedrijven als het mkb. Ook zijn de alternatieven geïnventariseerd en is onderzocht wat nodig is om de naleving van de wet te verbeteren.

Uit de cijfers blijkt dat, ondanks de wettelijke betaaltermijn van 60 dagen, rekeningen steeds later worden betaald. Met name beginnende ondernemingen, bedrijven zonder financiële reserves of bedrijven met snel groeiende of dalende omzet, kunnen in de problemen komen vanwege lange betaaltermijnen. Daartegenover staat dat het aanscherpen van de betaaltermijn ook negatieve effecten kent, omdat de betaaltermijn ook een onderdeel is van de onderhandeling over de prijs van een product. Het wijzigingen hiervan kan voor grote ondernemingen effect hebben.

Buiten de voor- en nadelen van de voorgestelde aanscherping, bleek de naleving van de bestaande regelgeving beperkt. De voornaamste reden hiervoor is dat ondernemers moeite hebben om met juridische invorderingsmiddelen hun afnemers te dwingen eerder te betalen. Het gaat immers vaak om belangrijke afnemer-leverancier-relaties.

Het resultaat

De uitkomsten van de evaluatie en de alternatieven hebben we in een innovatielab besproken met alle relevante partijen (branches, grote ondernemingen, mkb’ers en experts). Op basis van deze input zijn de resultaten verder aangevuld en aangescherpt. Dit rapport heeft als basis gediend verdere besluitvorming.

Staatssecretaris Mona Keijzer (Economische Zaken en Klimaat, CDA) en minister Sander Dekker (Rechtsbescherming, VVD) hebben in hun brief aan de Kamer aangekondigd om de huidige wet aan te scherpen. Zij werken nu aan een wetswijziging om deze betaaltermijn te halveren van zestig naar dertig dagen en verkennen de mogelijk om het toezicht anders in te richten met een rol voor de Autoriteit Consument Markt.

De verwachting is dat het wetsvoorstel dit najaar voor internetconsultatie wordt aangeboden. Daarna moeten de Eerste en Tweede Kamer het voorstel nog goedkeuren.

 

Zie ook de volgende artikelen:

Het NRC ‘Kabinet wil betaaltermijn voor grote bedrijven halvering tot dertig dagen

Het FD ‘Kabinet: betaaltermijn grootbedrijf aan mkb’ers van 60 naar 30 dagen

De Telegraaf: ‘Betaaltermijn voor grote bedrijven moet naar 30 dagen

Nieuwe collega: Anne Bastin

Graag stellen we onze nieuwe collega Anne Bastin voor.

Anne is begin maart begonnen als junior adviseur bij Sira Consulting. Ze heeft een uitdagende start gehad, want na één week op kantoor kon ze vanwege de coronamaatregelen haar werk, net als alle andere collega’s, vanuit huis voortzetten. De fysieke afstand bleek geen probleem. Dankzij creatieve oplossingen zijn alle introducties, overleggen en koffiemomenten digitaal voortgezet. Daardoor heeft Anne snel haar draai gevonden bij Sira Consulting.

Anne heeft de bachelor Psychologie gedaan en master Consultancy & Organizational Development. Na haar stage ‘programma luchtkwaliteit’ bij de Gemeente Amsterdam, ontdekte ze dat werken aan projecten en onderzoeken in de publieke sector haar enorm interesseerde.

Het werk bij Sira Consulting spreekt haar aan vanwege de diversiteit aan maatschappelijk relevante onderwerpen. Maar ook omdat het in gesprek gaan met bedrijven en andere organisaties over nieuwe en bestaande regels en wetten bijzonder interessant is en waardevolle inzichten geeft hoe beleid, regelgeving en uitvoering zijn te optimaliseren.

Momenteel is Anne bezig met een bedrijfseffectentoets voor afvalbrandingsinstallaties en interviewt ze omgevingsdiensten en bedrijven die afval verbranden. Daarnaast houdt ze zich bezig met het verzamelen van data bij jeugdzorginstellingen, om de kosten voor het aanbieden van jeugdbescherming en -reclassering inzichtelijk te maken.

Anne woont met veel plezier in Amsterdam en kan niet wachten tot ze weer mag sporten en van het bruisende stadsleven kan genieten.

Wij zijn heel blij dat Anne ons team komt versterken en wensen haar veel succes en plezier!