Tweede e-Innovatielab: subsidies tussentijds evalueren

Sira Consulting organiseerde op 2 november jl. voor experts van de overheid (Rijk, provincies, gemeenten en uitvoeringsorganisaties van nationale en Europese fondsen) voor de tweede keer een online Innovatielab over het succesvol evalueren van subsidies. De centrale vraag van dit e-Innovatielab was: hoe kan de overheid tijdens de looptijd van een subsidie slim en snel inzicht krijgen in de doeltreffendheid? De deelnemers hebben op basis van hun ervaringen een aantal tips uitgewerkt die overheden kunnen helpen subsidies tussentijds te evalueren.

Ex durante evalueren

Van de drie vormen van evalueren die zijn te onderscheiden, lag de focus van dit e-Innovatielab op tussentijds evalueren (ex durante). Eerst is een toelichting gegeven op het verschil tussen monitoring en tussentijds evalueren. Vervolgens is in discussie gegaan over de knelpunten en risico’s bij het opzetten en uitvoeren van een ex durante evaluatie. Hieruit zijn de volgende tips naar voren gekomen:

  1. Bepaal vooraf waarom een tussentijds evaluatie nodig is en waarop deze wordt gericht: de uitvoering van de subsidieregeling (proces) of het realiseren van de subsidiedoelstelling (beleidsinhoudelijk);
  2. Gebruik de beleidstheorie om te bepalen wat je tussentijds (SMART-C) wilt evalueren;
  3. Bepaal vervolgens welke data en gegevens hiervoor nodig zijn en of deze ook beschikbaar zijn;
  4. Voer (tijdig) een 0-meting uit, zodat de resultaten van ex durante evaluatie hiermee zijn te vergelijken;
  5. Zorg dat aanvragers tijdig weten dat er ex durante wordt geëvalueerd en welke data zij daarvoor moeten aanleveren;
  6. Verplicht aanvragers data te leveren, maar houd de administratieve lasten beperkt.

In dit factsheet werken we de tips uit.

Wilt u ook deelnemen? Neem contact op!

Tijdens de subsidie-evaluaties die Sira Consulting uitvoert, bleek er bij de overheid behoefte te zijn om kennis te delen en ervaringen met het voorbereiden en uitvoeren van evaluaties uit te wisselen. Sira Consulting heeft daarom het initiatief genomen om hiervoor een netwerk op te starten. Tot nu toe zijn in 2020 twee e-Innovatielabs georganiseerd.

In het eerste kwartaal van 2021 organiseert Sira Consulting weer een e-Innovatielab. Als u interesse heeft, stuur dan een mail naar Lisanne Vis en u ontvangt een uitnodiging.

Klantreis over aannemen van eerste werknemer naar Tweede Kamer

Voor het ministerie van Economische Zaken en Klimaat heeft Sira Consulting onderzoek gedaan naar het life event ‘In dienst nemen van de eerste werknemer’. In het onderzoek is het life event geanalyseerd en vastgelegd in een klantreis. Op basis hiervan zijn concrete oplossingen geïdentificeerd, gericht op het wegnemen van voor ondernemers relevante knelpunten. Het rapport met de resultaten van het onderzoek is 29 oktober 2020 aangeboden aan de Tweede Kamer.

Uit de klantreis komt naar voren dat de drempel voor het aannemen van de eerste werknemer (te) hoog is voor ondernemers. Door het ontbreken van een totaaloverzicht van de voor- en nadelen van vast personeel, kunnen zij geen goed onderbouwde afweging maken tussen het in dienst nemen van een werknemer enerzijds en bijvoorbeeld een flexibele arbeidsrelatie anderzijds. Direct gevolg is dat veel ondernemers de stap naar het werkgeverschap niet (durven) maken en uit de klantreis stappen. Dit beeld wordt bevestigd door MKB Nederland.

Wanneer ondernemers desondanks doorzetten met het aannemen van een vaste werknemer, lopen zij tegen een stapeling van complexe en gedetailleerde regelgeving aan. Zij zien zich daarom gedwongen om een externe partij in te schakelen die ondersteuning biedt bij het voldoen aan verplichtingen. Ook moeten ondernemers zelf een bepaald kennisniveau opbouwen om verplichtingen te kunnen toepassen in de bedrijfsvoering en te kunnen uitleggen aan de medewerkers.

In het onderzoek is ervoor gekozen om knelpunten op te lossen die betrekking hebben op de uitvoering. Het voordeel hiervan is dat deze oplossingen op relatief korte termijn haalbaar zijn. Het nadeel is dat deze oplossingen geen uitkomst bieden voor het fundamentele probleem dat startende werkgevers de regeldruk en daaruit voorvloeiende verantwoordelijkheden, aansprakelijkheden en (financiële) risico’s voor het aannemen van personeel als (te) hoog ervaren. Het oplossen van dit probleem vraagt om wijzigingen in beleid en regelgeving waarvoor politiek draagvlak nodig is.

Evaluatie Subsidieregeling verwijderen asbestdaken naar Tweede Kamer

Op verzoek van het ministerie van IenW heeft Sira Consulting een evaluatie uitgevoerd van de Subsidieregeling verwijderen asbestdaken. De subsidieregeling liep in de periode 2016-2019 en had het doel om de verwijdering van asbestdaken aan te jagen, zodat de toenmalige doelstelling om alle asbestdaken in 2024 verwijderd te hebben kon worden gehaald. In de evaluatie zijn de doeltreffendheid en doelmatigheid van de subsidieregeling beoordeeld. Het rapport met de resultaten van de evaluatie is 10 november 2020 aangeboden aan de Tweede Kamer.

De subsidieregeling is beoordeeld als doeltreffend. Gedurende de looptijd van de regeling was sprake van een versnelling van het aantal m2 verwijderd asbestdak, die na afloop van de subsidieregeling weer afvlakte. De vraag naar de subsidie was groot, wat ieder jaar tot uitdrukking kwam in de voortijdige uitputting van het subsidieplafond. Overigens was de doeltreffendheid van de subsidieregeling vooral te danken aan een combinatie van instrumenten: het destijds voorgenomen verbod op asbestdaken, een programmatische (stimulerende/faciliterende) aanpak en de subsidieregeling zelf.

De subsidieregeling is ook beoordeeld als doelmatig. Met een totale input van €78,6 miljoen aan verstrekte subsidiegelden en uitvoeringskosten is een oppervlakte van 17,7 miljoen m2 asbestdak verwijderd. De geconstateerde versnelling van het aantal m2 verwijderd asbestdak was waarschijnlijk niet gerealiseerd zonder subsidieregeling. De meeste eigenaren hadden dan namelijk gewacht met verwijderen tot de (naderende) inwerkingtreding van het asbestdakenverbod in 2024. Toch waren de verstrekte subsidiegelden laag in vergelijking met de totale verwijderingskosten.

Naast een beoordeling van de doeltreffendheid en doelmatigheid beschrijft het rapport welke lessen zijn te trekken gericht op de mogelijke ontwikkeling van een leningsfonds of andere financieringsproducten voor het verwijderen van asbestdaken. Zo zijn enkele aandachtspunten opgenomen over de hoogte van het budget, het maximale bedrag per aanvraag, de communicatie rondom de voortijdige uitputting van het budget en het leveren van maatwerk aan specifieke doelgroepen.

ICT in de zorg: wat zijn de effecten van het Wetsvoorstel elektronische gegevensuitwisseling?

Met het wetsvoorstel ‘Elektronische gegevensuitwisseling in de zorg’ wil het ministerie van VWS een digitaliseringsslag in de zorg maken. De wet verplicht zorgaanbieders om gegevens op een gestandaardiseerde en elektronische manier onderling uit te wisselen. Hierdoor kunnen zorgaanbieders de juiste zorg op de juiste plek en op het juiste moment verlenen.

Op dit moment wisselen zorgverleners soms zorggegevens met elkaar uit via papieren dossiers, fax of cd-roms. Daarnaast zijn de gegevensuitwisselingen niet gestandaardiseerd of sluiten de standaarden niet op elkaar aan. Dit bemoeilijkt de communicatie tussen zorgaanbieders en zorgt voor onduidelijkheid. De huidige werkwijze kan ertoe leiden dat gegevens niet goed doorkomen bij andere zorgprofessionals of dat foutieve gegevens worden geregistreerd. Een verkeerde diagnose of een niet passende behandeling kan dan het gevolg zijn. Ook kan de huidige werkwijze ervoor zorgen dat cliënten hun verhaal steeds moeten herhalen bij verschillende zorgaanbieders.

Het wetsvoorstel

Het wetsvoorstel heeft als doel elektronische gegevensuitwisseling tussen zorgverleners te realiseren. Er zullen circa 87.100 zorgaanbieders (waarvan 99% mkb), 250 ICT-leveranciers en enkele tientallen certificerende instellingen te maken krijgen met het wetsvoorstel.

Het ministerie werkt stapsgewijs, via twee beleidssporen, naar het doel van elektronische gegevensuitwisseling toe. Beleidsspoor 1 verplicht dat bepaalde gegevens elektronisch uitgewisseld worden. Dit bereidt het zorgveld alvast voor op de standaardisatie in beleidsspoor 2, waarbij de gegevens verplicht gestandaardiseerd en volgens vastgestelde eisen worden uitgewisseld.

Het wetsvoorstel is een kaderwet waarin de hoofdlijnen voor digitale gegevensuitwisseling staan. De concrete eisen worden per type gegevensuitwisseling in een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) vastgelegd en zullen na een overgangstermijn in werking treden. Voor alle eisen die aan gegevensuitwisseling worden gesteld, is het nodig dat deze op voldoende draagvlak berusten in het veld. Ook is belangrijk dat sprake is van een toegevoegde waarde voor de zorg, dat de baten hoger zijn dan de lasten en dat de regels praktisch uitvoerbaar zijn. Om inzicht te krijgen in de maatschappelijke kosten en baten en de gevolgen voor implementatie zal daarom per AMvB een Maatschappelijke Kosten Baten Analyse (MKBA) worden uitgevoerd.

Daarna worden in beleidsspoor 2 de (taal- en technische) eisen vastgesteld via een stelsel van certificering en NEN-normen. ICT-leveranciers zullen ervoor moeten zorgen dat hun producten en diensten aan de eisen voldoen en moeten dit aantonen met behaalde certificaten. Zorgaanbieders mogen op hun beurt alleen gecertificeerde ICT-producten en -diensten afnemen voor deze gegevensuitwisselingen.

De bedrijfseffecten

Sira Consulting heeft een bedrijfseffectentoets uitgevoerd om de gevolgen van de kaderwet voor bedrijven, inclusief het mkb, in kaart te brengen. Omdat op dit moment nog niet duidelijk is wat de precieze eisen zullen zijn, heeft Sira Consulting een inschatting gemaakt van de mogelijke effecten voor zorgaanbieders, ICT-leveranciers en certificerende instellingen.

Het belangrijkste effect op de zorgaanbieders is dat elke zorgverlener moet gaan werken met gecertificeerde systemen. De lasten zullen sterk afhankelijk zijn van de mate waarin een organisatie nu al elektronisch gegevens uitwisselt. Bij een eventuele overstap naar een ander ICT-systeem zijn de gevolgen groter vanwege een implementatietraject. Tegelijkertijd zullen zorgaanbieders ook baat hebben bij digitale gegevensuitwisseling, omdat informatie niet meer verschillende keren ingevuld hoeft te worden, waardoor de administratieve lasten mogelijk verminderen.

ICT-leveranciers zullen een certificatietraject doorlopen en zullen ervoor moeten zorgen dat hun ICT-producten en diensten inhoudelijk aansluiten op de NEN-normen. Hiervoor zullen zij naar verwachting nieuwe functionaliteiten ontwikkelen en medewerkers moeten opleiden. Het zal voor grote bedrijven naar verwachting makkelijker zijn om te voldoen aan de eisen dan voor kleine bedrijven. ICT-leveranciers zullen de kosten die zij maken doorberekenen aan hun klanten.

Certificerende instellingen zullen medewerkers moeten opleiden die audits kunnen uitvoeren. Ook certificerende instellingen zullen de kosten doorberekenen aan hun klanten.

Verder wijst de bedrijfseffectentoets erop dat het gebruik van open standaarden innovatie kan stimuleren, zolang dit aansluit op andere regelgeving en standaarden. Vanwege de hoge investeringskosten kan het wetsvoorstel een nadelig markteffect voor kleine ICT-leveranciers hebben, al bieden de open standaarden ook mogelijkheden voor toetreding op de markt. In de verdere uitwerking van de NEN-normen is het daarom belangrijk om ook mkb-bedrijven te betrekken.

Actuele status

Op dit moment laat het ministerie van VWS onderzoek doen naar de maatschappelijke kosten en baten van enkele gegevensuitwisselingen. Inmiddels is een verkennende MKBA uitgevoerd naar digitaal receptenverkeer. In vervolgonderzoek wordt nu gekeken wat de maatschappelijke kosten en baten zijn voor medicatieoverdracht. Afhankelijk van de uitkomsten van de MKBA wordt besloten hoe de elektronische gegevensuitwisseling verder vervolg krijgt.

Meer weten over Bedrijfseffectentoetsen of MKBA’s?

Sira Consulting heeft veel ervaring met het uitvoeren van bedrijfseffectentoetsen (BET) en maatschappelijke kosten- en batenanalyses (MKBA). Zo deden wij bijvoorbeeld onderzoek naar de maatschappelijke kosten en baten van het programma ‘Naar Betrouwbare Persoonsgegevens‘ (zie ook het nieuwsartikel in de speciale krant van het project) en voerden wij een onderzoek uit naar nut, noodzaak, kosten en baten van een register voor onzelfstandige wooneenheden.

Wilt u meer informatie over dit onderwerp of wilt u een Bedrijfseffectentoets of MKBA laten uitvoeren voor uw beleid? Neem dan contact met op met Patrick van der Poll of Lize Kooijman.

Wisseling van de wacht

Afgelopen vrijdag heeft onze collega Annemieke Veen afscheid genomen van Sira Consulting en gaat zij genieten van haar welverdiende pensioen. We kijken met trots terug op haar bijdrage als officemanager bij Sira Consulting voor een periode van ruim 13 jaar. Annemieke had in het bijzonder aandacht voor het wel en wee van alle collega’s en regelde haar werk tot in de puntjes. Annemieke heeft ons altijd goed geholpen met onder andere de projectadministratie, de boekhouding en het organiseren van bijeenkomsten. We bedanken Annemieke voor al haar geleverde inspanningen en we wensen haar een mooie nieuwe periode toe met haar familie in volle gezondheid.
Inmiddels is de functie van Annemieke overgedragen aan Barbara van den Berg. Barbara begint al aardig haar draai te vinden bij Sira Consulting, heeft er zin in en haar ruime en brede ervaring op het gebied van officemanagement en marketingcommunicatie komt ons goed van pas. Wilma Di Giorno en Barbara vormen samen het officemanagement en zorgen ervoor dat het officemanagement en projectadministratie als een geoliede machine loopt. Graag heten we Barbara van harte welkom en wensen haar veel werkplezier.

Innovatieve marktinitiatieven maken bedrijfsdaken kosteloos asbestvrij

Vandaag lanceert Univé het nieuwe energieconcept Duurzame Zekerheid, waarmee de coöperatie in samenwerking met diverse partners bedrijfsdaken asbestvrij maakt en voorziet van zonnepanelen. De duurzame energie die het dak opwekt, levert het vervolgens aan particuliere leden in de streek. De komende periode verwacht Univé 50 boerderijen, bedrijfspanden, sportcomplexen en ander zakelijk vastgoed in een aantal regio’s asbestvrij te maken en een eerste 2.500 huishoudens van duurzame, regionaal opgewekte energie te gaan voorzien.

Dit innovatieve marktinitiatief van Univé is een van de alternatieve financiële instrumenten die er zijn om de vrijwillige sanering van asbestdaken door zakelijke eigenaren te blijven stimuleren. In het rapport ‘Verkenning asbestdakenfonds voor bedrijven’ (Sira Consulting, juni 2020) staan nog andere alternatieven. Naar aanleiding van dit rapport heeft de Staatsecretaris van Infrastructuur en Waterstaat van Veldhoven – Van der Meer de Tweede Kamer geïnformeerd dat zij – samen met de partners die de vrijwillige sanering van asbestdaken door zakelijke eigenaren ook willen stimuleren – een goed onderbouwde afweging van deze alternatieven gaat maken, waarbij ook zal worden gelet op de snelheid waarmee een instrument operationeel te krijgen is.

In ons rapport bevestigen wij dat geredeneerd vanuit de maatschappelijke opgave en het geconstateerde marktfalen, een financieel instrument nodig is om te stimuleren dat de asbestdaken bij (agrarische) bedrijven worden gesaneerd. Naast het marktinitiatief van Univé kan het daarbij ook gaan om een borgstellingskrediet, een transitiefonds of regelingen door het Rijk en provincies om de sanerings-/vervangingsopgave voor zakelijke eigenaren van asbestdaken te helpen financieren. Uit overleg met koploperprovincies en -gemeenten blijkt dat de conclusie dat het anders moet, en dat er alternatieven voor handen zijn, volledig wordt onderschreven.

Kosten voor handhaving energielabel-C-verplichting voor kantoren opnieuw onderzocht

Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) voert per 1 januari 2023 een energielabel-C-verplichting in voor kantoren. Sira Consulting onderzocht opnieuw wat de lasten zijn voor gemeenten en omgevingsdiensten om de verplichting te handhaven.

In 2017 onderzocht Sira Consulting ook wat de handhavingslasten voor gemeenten en omgevingsdiensten zijn als zij de nieuwe taken gaan uitvoeren. Nieuw onderzoek was echter nodig omdat enkele zaken sindsdien zijn gewijzigd. Er is bijvoorbeeld een andere, actuelere bron beschikbaar voor het bepalen van het aantal kantoren in Nederland. Ook is de bepalingsmethode voor het vaststellen van energielabels gewijzigd.

Uit de actualisatie blijkt dat er, afhankelijk van de gekozen definitie ‘pand’ of ‘verblijfsobject’ en van het wel of niet meerekenen van kantoren waarvan het niet helemaal duidelijk is of deze label-C-plichtig zijn, tussen de 39.000 en 76.000 kantoren zijn die in 2023 onder de energielabel-C-verplichting vallen. Een deel van deze kantoren heeft momenteel al een label A, B of C, zal dit op korte termijn hebben of voldoet als gevolg van de nieuwe inijking van de energielabels. De overige kantoren, dit zijn circa 26.800 tot 28.000 kantoren, zullen in 2023 niet beschikken over een energielabel C of beter. Gemeenten of omgevingsdiensten zullen bij deze kantooreigenaren maatregelen moeten nemen om te handhaven. Het bevoegd gezag kan verschillende interventies inzetten met als doel eigenaren te stimuleren het kantoorpand aan te passen, zodat het kantoor voldoende energiezuinig wordt. Interventies zijn bijvoorbeeld het informeren en voorlichten van eigenaren over de maatregelen of het aanschrijven van eigenaren die mogelijk niet voldoen aan de energielabel-C-verplichting. De verwachting is dat de interventies zodanig effectief zijn dat uiteindelijk minder dan 5% van de kantooreigenaren een dwangsom krijgt opgelegd.

In totaal zullen de kosten voor de uitvoering van de handhaving tussen de € 13,1 en de € 15,8 miljoen bedragen. De meeste kosten zullen één tot drie jaar na de inwerkingtreding optreden. Uit de berekening blijkt dat als de uitvoering van de handhaving door omgevingsdiensten wordt gedaan de kosten lager zullen zijn dan als gemeenten deze taken uitvoeren.

Wilt u meer weten over de kosten van de handhaving van de label-C-plicht? Ga dan naar het rapport op de website van de Rijksoverheid.

Nieuwe collega: Eline de Koning

In dit bijzondere coronatijdperk is Eline de Koning de uitdaging aangegaan en bij Sira Consulting aan de slag gegaan als junior adviseur. Wij stellen Eline graag voor.  

Eline heeft zowel de bachelor als master International Development Studies met een specialisatie in politiekbestuur en conflictstudies aan de Wageningen University afgerond. Ze hield zich altijd bezig met vragen als ‘wat is de huidige situatie’, ‘hoe zijn we hier gekomen’ en ‘welke lessen kunnen we trekken om verder te ontwikkelen’. Deze vragen paste ze tijdens haar studie toe op diverse maatschappelijke onderwerpen. Een goed voorbeeld is haar onderzoek in Brazilië naar de veerkracht van maatschappij, politiek en natuur in tijden van droogte.   

Tijdens haar stage bij de Nationaal Coördinator Internationale Functies (NCIF) van het ministerie van Buitenlandse Zaken ontdekte Eline haar interesse voor de publieke sector De verscheidenheid aan onderwerpen en de afweging van belangen in nationale en internationale context, zorgen voor bijzondere uitdagingen. Dit vond ze ook terug in de projecten van Sira Consulting.  

Inmiddels werkt Eline aan verschillende projecten. Zo ontwikkelt ze momenteel een nieuwe RI&E-tool in opdracht van de Coalitie Winkelambacht en onderzoekt ze de toegevoegde waarde van e-facturering in een maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA)Kortom, Eline maakte een vliegende start vanuit huis, ze is namelijk vanwege de Coronacrisis bijna niet op kantoor geweest. 

Eline woont vlakbij Wageningenhoudt van sporten, maakt graag (verre) reizen en fotografeert in haar vrije tijd. We zijn heel blij met haar positieve energie en wensen haar heel veel succes! 

Ex ante evaluatie asbestdakenfonds voor bedrijven aangeboden aan de Tweede Kamer

Op verzoek van het ministerie van IenW heeft Sira Consulting een ex ante evaluatie uitgevoerd naar een publiek-privaat asbestdakenfonds voor bedrijven. Geconcludeerd wordt dat er significante risico’s zijn met betrekking tot de doeltreffendheid en doelmatigheid van zo’n fonds. Staatssecretaris van IenW Van Veldhoven-van der Meer is blij met de duidelijkheid die de evaluatie heeft geboden en gaat alternatieve opties afwegen. Uit overleg met koploperprovincies en -gemeenten blijkt dat de conclusie dat het anders moet, volledig wordt onderschreven.
Door het vervallen van het asbestdakenverbod kan nu niet met voldoende zekerheid worden uitgegaan van de benodigde omvang van het zakelijke fonds ter waarde van € 300 miljoen en het daarmee samenhangende aantal te verstrekken leningen van circa 1.000 per jaar. Voldoende deelname door provincies en/of gemeenten is ook een kritische factor. De businesscase was gebaseerd op deelname door alle provincies, maar dit lijkt niet reëel op korte termijn en er moet zelfs rekening mee worden gehouden dat het uiteindelijke aantal beperkt zal zijn. De hoge beheerskosten van het zakelijke fonds leiden door genoemde onzekerheden tot relatief grote financiële risico’s omdat de kosten per lening daardoor onevenredig hoog kunnen worden.

De evaluatie bevestigt dat geredeneerd vanuit de maatschappelijke opgave en het geconstateerde marktfalen, een financieel instrument nodig is om te stimuleren dat de asbestdaken bij (agrarische) bedrijven worden gesaneerd. In het rapport worden daartoe verschillende interessante beleidsopties aangedragen die richting geven aan het vervolg. Omdat het belangrijk is dat de partners van de samenwerkingsverklaring en de zakelijke eigenaren van asbestdaken op redelijke termijn perspectief wordt geboden, is de staatssecretaris voornemens om nog dit najaar meer duidelijkheid te bieden over de verschillende beleidsopties.

Nieuwe en gewijzigde wetten en regels per 1 juli 2020

Per 1 juli 2020 treden nieuwe en gewijzigde wetten en regels in werking. Hieronder hebben we enkele wijzigingen geselecteerd voor een nadere toelichting vanwege de directe gevolgen van deze wijzigingen voor een grote groep ondernemers en de concrete merkbaarheid ervan voor zowel ondernemers als hun klanten. Meer nieuwe en gewijzigde wet- en regelgeving voor ondernemers per 1 juli 2020 is te vinden via Ondernemersplein.

Aanvullend geboorteverlof

Werknemers mogen tot vijf weken aanvullend geboorteverlof opnemen wanneer hun partner een kind heeft gekregen. De werkgever vraagt bij het UWV een uitkering aan, die 70% van het dagloon tot maximaal 70% van het maximumdagloon bedraagt. De werkgever mag zelf beslissen over het aanvullen van de uitkering tot het normale loon.

De werknemer moet de verlofweken opnemen binnen zes maanden na de bevalling en moet dit vier weken van tevoren per brief of e-mail laten weten aan de werkgever. Daarnaast moet de werknemer eerst de standaardweek geboorteverlof opnemen.

Uitstalverbod tabakswaren in supermarkt

Supermarkten moeten tabakswaren volledig aan het zicht onttrekken. Dit betekent dat ook de kleuren en contouren van de producten niet meer te zien mogen zijn. Verder mogen de kasten en laden waarin de tabakswaren worden opgeborgen niet voor andere doeleinden worden gebruikt en gelden eisen aan het uiterlijk van deze opbergmiddelen. De opbergmiddelen moeten bijvoorbeeld sober van kleur en vormgeving zijn en niet opvallen ten opzichte van de rest van de inrichting.

Vanaf 1 januari 2021 gaat het uitstalverbod ook gelden voor andere soorten verkooppunten dan supermarkten, zoals horeca, tankstations, kiosken en drogisterijen. Het verbod geldt niet voor speciaalzaken die voldoen aan een aantal eisen, waaronder registratie bij de NVWA.

Vaste verandermomenten

Voor het in werking treden van wet- en regelgeving hanteert de Rijksoverheid Vaste Verandermomenten (VVM). Voor wetten en algemene maatregelen van bestuur zijn deze vastgesteld op 1 januari en 1 juli. De VVM-systematiek beperkt de nalevingskosten voor bedrijven en instellingen, omdat het minder vaak nodig is dat zij zich aanpassen aan veranderende regelgeving.